Inhoud:

HET KERKELIJK JAAR

Deel 1: van advent tot advent

Liturgische kleuren

De advent

Kalender

HET KERKELIJK JAAR (2)

Van advent tot advent

Kalender

Alle zintuigen

HET KERKELIJK JAAR (3)
 
Kleuren 
 
Maria Lichtmis
 
Askruisje

Getallen 

Heb medelijden...

Paars

Vasten 

HET KERKELIJK JAAR (4)

Aankondiging van de Heer

Palm? en Passiezondag

Troost van de engel

Hoogfeest

Paaskaars

Ichthus

HET KERKELIJK JAAR (5)  

Roepingenzondag

Hemelvaart

Noveen

Mattias

Pinksteren

HET KERKELIJK JAAR (6)

Sacramentsdag – 7 juni -

Processie

Heilig Hart – 12 juni

Martelaren van Gorcum (9 juli) 

Titus Brandsma (27 juli)

Gedaanteverandering (6 augustus) 

Maria Tenhemelopneming (15 augustus) 

HET KERKELIJK JAAR (8)

Kruisverheffing (14 September)

Moeder van Smarten (15 September)

Pater Pio (23 September)

De aartsengelen (29 September)

H. Engelbewaarders (2 oktober)

H. Franciscus (4 oktober)

Rozenkransgebed (7 oktober)

H. Lucas (18 oktober)

Allerheiligen (1 november)

Allerzielen (2 november)

Heilige Willibrord (7 november)

Sint Maarten

Besluit

 

De kunst van het vieren

De kunst van het vieren (1): Eerbied

Vrees en verlangen

Heilige geheimen

De kunst van het vieren (2): Eenvoud

Oosten en Westen

Gerestaureerde icoon

Overdaad schaadt

Zorg en aandacht

De kunst van het vieren (3): Offer

Oude Testament

Jezus' uitnodiging

Navolging

Geestelijk offer

De kunst van het vieren (4): Gebed

Gebed

Persoonlijk

Gemeenschap

Voor de wereld

Eucharistisch gebed

De kunst van het vieren (5): Stilte

De stem van de stilte

Heilig stilzwijgen

Diepgang

De kunst van het vieren (6): Gezang

Dubbel bidden

Verbondenheid

Diepere betekenis

Toevertrouwen

Hemel op aarde

De kunst van het vieren (7) - Symbolen

Aanraken

Gods geheim

Van dood naar leven

Ontmoeting

De kunst van het vieren (8) - Beweging

Processies

Op weg naar Pasen

Samen een weg gaan

De kunst van het vieren (9) - Feest

Heilige Schrift

Vreugdevolle vieringen

Altijd weer een blije voorsmaak

Hemels Jeruzalem

De kunst van het vieren (10 slot) - Feest

Woorden

Taak van ieder christen

Brood voor het hart

Openstellen

 

Sacramenten

 


HET KERKELIJK JAAR

In deze serie wordt het kerkelijk jaar beschreven, gebeurtenissen en gebruiken worden verduidelijkt en uitgelegd. In 2015 kunt u in elk parochieblad een deel van de serie lezen. Bron- bisdomblad  Tekst-Gryte Anne Piebenga

 

Deel 1: van advent tot advent

In welke tijd van het jaar leven we? Het zal voor de meeste mensen geen vraag zijn. Winter, voorjaar, zomer, herfst ? bijna iedereen voelt, ziet, hoort of ruikt wel de verschillen. Ieder jaar opnieuw beleven we ook het liturgisch jaar, het jaar met de drie 'kringen rond Kerstmis, Pasen en Pinksteren. Ook deze jaargetijden kun je voelen, zien, horen en ruiken. In een reeks, die een jaar zal duren, hopen we de lezer even gevoelig te maken voor dit liturgisch jaar  als voor het jaar met de vier seizoenen.

Het liturgisch jaar begint op de eerste zondag van de advent. Het woord advent komt van het Latijnse ‘adventus’, dat 'komst' betekent. Vier weken lang bereiden we ons voor op de komst van Christus in de kerstnacht. De eerste van die vier adventszondagen valt eind november of begin december. Dit jaar is die zondag 30 november. Een goede reden om deze reeks artikelen ook in november te laten beginnen en een mooie gelegenheid om de jaarkring eerst maar eens in zijn geheel te bekijken.

 

Liturgische kleuren

De scharnierpunten in de het kerkelijk jaar zijn Kerstmis, het feest van de geboorte van Christus; Pasen, het feest van de verrijzenis van de Heer en Pinksteren, het feest van de komst van de Heilige Geest. Voorafgaand aan die drie feesten zie je in de liturgie de kleur paars. Het is een kleur, die je stil maakt en tot inkeer brengt. Het wit na Kerstmis en na Pasen verwijst naar Jezus Christus. Groen, na de kersttijd en na Pinksteren, duidt op hoop en verwachting.

 

De advent

http://www.kerknet.be/admin/files/assets/subsites/2293/foto_1221141248.jpgIeder jaar weer is het verrassend om op de eerste adventszondag de kerk binnen te gaan. Nu niet meer het groen, dat al sinds Pinksteren als liturgische kleur heeft gediend. Nee, nu is paars de centrale kleur. Nu is er de adventskrans met daarop vier kaarsen, waarvan de eerste op deze dag zal worden aangestoken. Nu zijn er liederen en lezingen die gericht zijn op het naderende kerstfeest, het feest van de volheid van de tijd. Nu klinkt het ‘Rorate caeli’ (Dauwt hemelen) dat in veel parochiekerken aan het einde van de viering wordt gezongen.

Kortom, het is de eerste dag van vier bijzondere weken.

 

Het jaar rond

Met het woord liturgie wordt het geheel van gebeden, liederen, teksten, gebaren en handelingen aangeduid, die gebruikt worden voor de vieringen, voor het toedienen van de sacramenten, samengevat: voor de dienst aan God. Met ‘liturgisch jaar’ wordt de tijdspanne aangeduid, waarbinnen de liturgie wordt gevierd. Deze loopt van de eerste adventszondag in het ene jaar tot die in het er op volgende jaar.

 

Kalender

In kalendervorm weergegeven ziet het liturgisch jaar er tamelijk druk en onoverzichtelijk uit. In werkelijkheid echter is de indeling uiterst eenvoudig. Ze bestaat uit zes perioden: twee paars?gekleurde, de ene voor Kerstmis, de andere voor Pasen, twee witte, de ene na Kerstmis, de ander na Pasen, twee groene, de ene tussen de kersttijd en de vastentijd, de ander tussen Pinksteren en de advent. Wat de kalender zo druk maakt, is dat allerlei dagen, verspreid over het jaar, wit of rood gekleurd zijn. De genoemde kleuren zijn de kleuren van de kleden die in de kerk worden gebruikt en ook de voorgangers dragen deze kleuren

 

 

HET KERKELIJK JAAR (2)

 

Van advent tot advent

Op de 1e adventszondag, dit jaar op 30 nov., is een nieuw liturgisch jaar begonnen. Opnieuw een jaar, waarin we Kerstmis, Pasen en Pinksteren vieren: Christus' geboorte, zijn dood en verrijzenis, zijn terugkeer naar God de Vader en de zending van de heilige Geest. leder jaar opnieuw, ieder jaar weer anders.

 

Kalender

In kalendervorm weergegeven ziet het liturgisch jaar er tamelijk druk en onoverzichtelijk uit. In werkelijkheid echter is de indeling uiterst eenvoudig. Ze bestaat uit zes perioden: twee paars?gekleurde, de ene voor Kerstmis, de andere voor Pasen, twee witte, de ene na Kerstmis, de ander na Pasen en twee groene, de ene tussen de kersttijd en de vastentijd, de ander tussen Pinksteren en de advent. Wat de kalender zo druk maakt, is dat allerlei dagen, verspreid over het jaar, wit of rood gekleurd zijn. Het zijn de dagen die gewijd zijn aan Maria, Jozef, Johannes de Doper, aan de 12 apostelen en aan al die andere heiligen die Jezus volgden en daar soms zelfs hun leven voor gaven. Bij de laatsten, de zogenaamde martelaren, hoort de kleur rood van bloed, bij de eersten is de liturgische kleur wit. De maanden december en januari zijn, liturgisch gezien, vol afwisseling. Kerstmis staat centraal. Daaraan vooraf gaat de advent, de tijd van voorbereiding en verwachting. De kersttijd zelf duurt tot en met de zondag waarop de Doop van de Heer wordt gevierd. Daarna volgt de eerste 'tijd door het jaar' periode, een tijd waarin het mysterie van Christus in het geheel wordt herdacht, dus zonder de nadruk op een bepaald aspect te leggen. Deze groene periode duurt tot de dag, waarop de paaskring begint: Aswoensdag, die in 2015 op 18 februari valt.

 

Alle zintuigen

Het verloop van het liturgisch jaar kun je volgen door te luisteren, te kijken, te ruiken en te voelen. De tijd rond Kerstmis is daar een duidelijk voorbeeld van. Op alle vier de adventszondagen worden uitspraken aangehaald van de profeet en ziener Jesaja. AI eeuwen voor Christus' menswording voorspelde hij: 'Zie, de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen: Immanuel, God met ons.' Ook in de liederen en de evangelie-lezingen wordt verwezen naar wat komen gaat. Het is dus een kwestie van goed luisteren. Maar geef ook je ogen, reukzin en gevoel de kost! Het zien van de adventskrans, de kerstboom, de kerststal, het ruiken van de kaarsen en de wierook en het voelen van de emoties bij liederen als 'Rorate caeli, Nu zijt wellekome', 'Maria die zoude naar Bethlehem gaan' en vele andere zullen u niet onberoerd laten.

 

 

HET KERKELIJK JAAR (3)

 

Kleuren - Januari en februari zijn in 2015 voor het grootste gedeelte groen. Het groen is een teken van tussentijd; de Kersttijd, waarin de geboorte van Christus wordt gevierd is geweest, nu nadert de Paastijd, de tijd van zijn kruisdood en verrijzenis. Deze begint op Aswoensdag, woensdag 18 februari. Vanaf dat moment kleurt de kalender paars tot aan Pasen.

 

Maria Lichtmis - Op 2 februari, officieel getiteld ‘De opdracht van de Heer’, is de kleur voor één dag niet groen, maar wit. Het is de dag waarop gevierd wordt dat Jozef en Maria naar Jeruzalem gaan om Jezus aan God toe te wijden. Op het tempelplein komt Simeon hen tegemoet. Hij neemt het Kind in zijn armen en dankt God. Nu is in vervulling gegaan wat eerder aan Simeon is geopenbaard: hij zal pas sterven als hij de Messias heeft gezien. Simeon noemt het Kind ‘een Licht dat voor de volkeren straalt’ en voorspelt Maria dat het lijden van het Kind als een zwaard door haar hart zal snijden. Evenals Simeon komt ook Hanna door de Geest gedreven op het Christuskind af. Zij is jong weduwe geworden en verblijft sindsdien dag en nacht in de tempel om God te dienen.

 

Askruisje - Aswoensdag is de dag, waarop de gelovigen een askruisje gaan halen. Carnaval is gevierd, nu staat de vasten? of veertigdagentijd voor de deur. Om het begin van deze periode te markeren, worden de palmtakken die overgebleven zijn van de Palmzondag?viering van het jaar ervoor, verbrand en gewijd. Vervolgens wordt met de as, teken van dood, een kruisje getekend op het voorhoofd van de gelovigen. Het kruisje verwijst naar verrijzenis en eeuwig leven.

 

Getallen - Veertig is een getal dat in het liturgisch jaar, evenals in de Bijbel, een symbolische betekenis heeft. Het herinnert eraan dat de Israëlieten, na de uittocht uit Egypte, veertig jaar door de woestijn zwierven voordat ze het Beloofde Land binnentrokken. Ook verwijst het naar de veertig dagen, gedurende welke Jezus zich terugtrok voor Hij aan zijn openbare leven begon. Het getal 40 kreeg zo de betekenis van inkeer en bezinning, van voorbereiding op nieuw en eeuwig leven. Met aftrek van de zondagen bestaat de tijd tussen Aswoensdag en Pasen uit veertig dagen.

 

Heb medelijden... - Het lied, dat al eeuwenlang betrokken is bij de vastentijd, heeft als refrein 'Attende Domine, et miserere, quia peccavimus tibi': Geef acht, Heer, en heb medelijden; want wij hebben gezondigd tegen U. In dit lied wordt 'Christus, de Verlosser, de Rechterhand van de Vader, de Hoeksteen, de Deur naar de hemel' gesmeekt om ons van onze zonden te reinigen. 'Schenk ons vergiffenis, U die onschuldig gevangen genomen bent en zich zonder verzet hebt laten wegvoeren, Christus, spaar ons'.

 

Paars: dat is de hoofdkleur in de maand maart. Aswoensdag valt in 2015 op 18 februari en Pasen op 5 april. De dagen daartussen vormen, met uitzondering van de zondagen, de vasten? of veertigdagentijd. Het is de periode waarbij het paars, teken van inkeer en bezinning, bij uitstek thuishoort. In het kerkgebouw is de veertigdagentijd vooral herkenbaar aan het paars van de kazuifel en van andere kleden, aan het ontbreken van bloemen voor het altaar, aan de muziek die sober is.

 

Vasten - Voor de gelovigen bestaat het vasten uit soberheid op het gebied van eten en drinken, van uitgaan en feestvieren, in het bijzonder op Aswoensdag en Goede Vrijdag. Dat is de meer uiterlijke kant. Innerlijk houdt vasten een zich bezinnen op het christen?zijn in: het kwade afzweren, de naaste liefhebben. Ook het trouw bijwonen van de vieringen, het lezen en overwegen van het Lijdensverhaal, het lopen van de kruisweg en het biechten horen bij deze tijd.

 

 

HET KERKELIJK JAAR (4)

 

Aankondiging van de Heer

lourdesDe 19e  en de 25e  maart onderscheiden zich van de andere dagen in de maand maart door hun witte kleur. De 19e  is gewijd aan Jozef, de 25e , negen maanden voor Kerstmis, aan Maria. Aan beiden verschijnt een engel van de Heer. Deze laat Jozef weten dat hij trouw kan blijven aan Maria, want het Kind dat zij verwacht is ontvangen van de Heilige Geest. Aan Maria deelt de engel Gabriël mee dat zij zwanger zal worden van een Zoon. Aan Hem, de Zoon van de Allerhoogste, moet ze de naam Jezus geven. Maria begrijpt het niet, maar antwoordt: "Mij geschiede naar Uw woord."

 

Palm? en Passiezondag

De zondag voor Pasen heeft een dubbele naam: Palm? en Passiezondag (29 maart 2015). Palm slaat op de palmtakken waarmee de mensen zwaaien, terwijl ze Jezus toeroepen: "Hosanna, Hij die komt in de naam van de Heer!" Passie heeft betrekking op Goede Vrijdag. Beide elementen komen tijdens de eucharistie op Palm? en Passiezondag aan bod, de ene met een processie, de andere met het lijdensverhaal.

 

Troost van de engel

Voor wie verdriet heeft ? en wie heeft dat niet, zo af en toe ? is de veertigdagentijd een heilzame periode. Mee?lijden, mee?voelen met Christus kan troost geven. Ook Jezus zelf kreeg troost, zoals de evangelist Lucas vertelt: troost van de engel, in de nacht voor Goede Vrijdag.

 

Hoogfeest

Van de 3 hoogfeesten: Pasen, Kerstmis en Pinksteren, is Pasen het oudste. In feite wordt het al vanaf de dag van Jezus' verrijzenis gevierd. Niet lang daarna werd er een dag vastgesteld voor dit feest en wel de 1e zondag na volle maan in het voorjaar. Dat houdt in dat het paasfeest op zijn vroegst op 22 maart valt en op zijn laatst op 25 april. Gevolg: De van Pasen afhankelijke dagen als Aswoensdag en Pinksteren hebben geen vaste datum.

 

Paaskaars

Nauw met het paasfeest verbonden is de paaskaars, een wassen staaf van soms wel twee meter hoogte. Deze verwijst naar Jezus Christus, het 'Licht van de wereld'. op de kaars zijn tekens aangebracht als de vis (Grieks: Ichthus), de vijf wierookkorrels (als symbool voor de vijf kruiswonden van Jezus) en het jaartal. Tijdens de paaswake wordt de kaars het kerkgebouw binnengedragen onder het zingen van ‘Lumen Christi’ (het licht van Christus) en worden de kaarsen van de aanwezigen eraan aangestoken. Na de paaswake brandt de paaskaars tot Pinksteren. Aan het einde van de liturgische viering van Pinksteren wordt de paaskaars gedoofd en krijgt hij een plekje bij de doopvont.

 

Ichthus

Wie is Christus? Alleen al zijn namen zeggen veel: de gezalfde, het licht van de wereld, de Goede Herder. Ook de naam Ichthus  is betekenisvol. Lang geleden vond iemand uit dat de Griekse letters waaruit dit woord bestaat (I.CH.TH.U.S) gezien kunnen worden als afkorting voor 'Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser.' De vis werd daarmee een echt Christussymbool. In de tijd van de vervolgingen werd ze zelfs gebruikt als geheim herkenningsteken. Een christen die in gesprek kwam met een ander en vermoedde dat deze een geloofsgenoot was, tekende losjes de omtrekken van een vis in het zand. Was zijn vermoeden juist, dan kwam er vanzelf een reactie. Vandaag de dag zie je de Ichthus afgebeeld op doopvonten en paaskaarsen, en buiten de kerk op achterruiten van auto's.

 

De vijftig dagen vanaf Pasen tot Pinksteren (5 april - 24 mei 2015) kunnen worden beschouwd als één zondag, één lange feestdag voor de verrijzenis van de Heer. Het Alleluja wordt volop gezongen en de liturgische kleur is wit.

 

HET KERKELIJK JAAR (5)  Bron- bisdomblad  Tekst-Gryte Anne Piebenga

 

Roepingenzondag

Op de vierde zondag in de Paastijd, dit jaar gevierd op 26 april, valt Roepingenzondag, de dag waarop gebeden wordt voor roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven. De Evangelietekst van deze dag gaat over Jezus als de Goede Herder. De gelovigen bidden dat God zijn kerk herders geeft, die leiding geven vanuit een diepe verbondenheid met Jezus Christus, de Goede Herder.

 

Hemelvaart

Na Pasen bleef Jezus nog veertig dagen op aarde. Die tijd had Hij nodig om de apostelen nogmaals op het hart te drukken dat ze het Evangelie moesten doorgeven en er zelf ook naar leven. Na zijn terugkeer naar God de Vader voelden de apostelen zich eenzaam. Maar ze waren zich ervan bewust dat Jezus hen niet alleen zou laten. Hij had hen de komst van de heilige Geest beloofd. Weer terug in Jeruzalem trokken ze zich terug in een bovenkamer. Daar baden ze een noveen (negen dagen) achtereen, in afwachting van de kracht en het heilig vuur die hun waren toegezegd.

 

Noveen

Het bidden van een Pinksternoveen, dus negen dagen lang, is ook in onze tijd een gangbare devotie. Het gaat dan niet zozeer om de komst van de heilige Geest ? dat gebed is al verhoord ? als wel om een opnieuw beleven van de Geest van God. Die beleving is nodig om liefdevol met elkaar om te gaan en om enthousiast en vurig te kunnen getuigen van het geloof.

 

Mattias

Na Jezus’ hemelvaart moest er veel gebeuren. Simon Petrus nam daarbij, zoals gewoonlijk, de leiding. Hij wees erop dat de lege plaats, die was ontstaan door de dood van Judas, de verrader, weer moest worden opgevuld. Twee mannen, Jozef Barsabbas, bijgenaamd Justus en Mattias, kwamen hiervoor in aanmerking. Beiden waren vanaf het begin met Jezus en de apostelen opgetrokken. Door loting moest worden uitgemaakt, wie van beiden zou worden gekozen. Er werd een gebed uitgesproken en vervolgens gooiden Barsabbas en Mattias het lot. Dat viel op Mattias en hij maakte de kring van twaalf weer vol.

Pinksteren

Negen dagen na Jezus’ hemelvaart, op de vijftigste dag na Jezus’ verrijzenis, werd het gebed van de apostelen verhoord. Plotseling stak er een hevige wind op en er verschenen tongen van vuur. Allen werden vervuld van de heilige Geest. Ze liepen de straat op en begonnen in verschillende talen te spreken over de wondere daden van God. Omstanders waren verbaasd en dachten dat Jezus' leerlingen te veel hadden gedronken. Maar Simon Petrus nam het woord en vertelde dat wat hier gebeurde, lang geleden was voorspeld. Hij sprak over Jezus en spoorde de toegestroomde menigte aan om een nieuw leven te beginnen en zich te laten dopen met water en Geest. Velen gaven aan zijn oproep gehoor.

 

Hemelvaart (14 mei) en Pinksteren (24 mei) zijn twee grote, aan elkaar gekoppelde feesten. Ze horen bij elkaar, op vergelijkbare wijze als Goede Vrijdag en Pasen.

 

HET KERKELIJK JAAR (6)

 

In deze serie wordt het kerkelijk jaar beschreven, gebeurtenissen en gebruiken worden verduidelijkt en uitgelegd. Het strekt zich uit van Advent tot Advent. Dit jaar kunt u in elk parochieblad een deel van deze serie lezen. Het is juni. De drie hoogfeesten Kerstmis, Pasen en Pinksteren zijn gevierd. Nu is er de lange, groene tijd tot aan de advent, de tijd waarin het mysterie van Christus als geheel wordt overdacht.

 

'Groen, niks te doen,' hoor je weleens zeggen. Maar of dat klopt, is maar de vraag. Al direct na Pinksteren zijn er drie hoogfeesten. Het eerste is dat van de heilige Drie?eenheid. Een betere dag om aan de drie-ene God te wijden had niet gekozen kunnen worden. Immers, in de tijd tot Pinksteren horen we vooral over Jezus, God de Zoon. Op de eerste zondag na Pinksteren daarentegen ligt de nadruk op God de Vader, de Zoon en de heilige Geest, de God tot wie we ons richten als we het kruisteken slaan.

Sacramentsdag – 7 juni -

Het tweede hoogfeest na Pinksteren is Sacramentsdag, het feest van het heilig sacrament van het lichaam en bloed van Christus; het sacrament waaruit de andere zes voortvloeien. In de Middeleeuwen hadden velen het gevoel dat dit sacrament van de heilige communie, ingesteld door Christus op Witte Donderdag, niet die aandacht kreeg die het verdiende, vooral als gevolg van het feit dat deze dag zo vlak voor Goede Vrijdag en Pasen valt. Beter was het om er een aparte dag aan te wijden. En dat gebeurde. Als dag werd gekozen voor de donderdag in de tweede week na Pinksteren. Dit is een werkdag en daarom wordt Sacramentsdag in veel landen, zo ook in Nederland, gevierd op de zondag erna, zo mogelijk met een processie.

Processie

De processie heeft een lang verleden. In Jeruzalem werd al in de eerste eeuwen de weg gelopen die Jezus op Goede Vrijdag aflegde, dus van de hof van de Olijven naar Golgotha. In Rome waren er processies om de relieken van heiligen over te brengen naar een kerk. De Sacramentsprocessie werd zeer geliefd en heeft vooral in zuidelijke landen barokke vormen aangenomen. In Noord-Nederland mocht ze lange tijd niet buiten het kerkgebouw worden gehouden, maar eind vorige eeuw werd dit verbod opgeheven. Nu wordt de Sacramentsprocessie onder andere in Amsterdam en Utrecht weer in de binnenstad gehouden. De priester die met de geconsacreerde hostie in de monstrans onder een baldakijn loopt, de gelovigen die de stoet volgen of aan weerskanten staan en knielen bij het zien van 'het Lichaam van Christus', dat alles ontroert en maakt indruk.

Heilig Hart – 12 juni

Zoals Sacramentsdag verwijst naar Witte Donderdag, zo hoort het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus bij Goede Vrijdag. Dit feest, het laatste van de drie, wordt op de vrijdag na Sacramentszondag gevierd. Het is een feest van dankbaarheid aan Christus en zijn heilswerk. Dat het hart symbool is voor iemands karakter, is bekend. We zeggen van mensen dat ze een goed hart of  juist omgekeerd een hart van steen hebben. Christus' Heilig Hart werd het symbool van zijn allesomvattende liefde en is als zodanig vaak afgebeeld.

Martelaren van Gorcum (9 juli)

Het was begin juli 1572, toen 19 geestelijken in Gorcum door de Watergeuzen gevangen werden genomen. Allen werden ze overgebracht naar Den Briel. Omdat ze weigerden hun geloof af te zweren, in het bijzonder het geloof in de werkelijk tegenwoordigheid van Christus in de Heilige Communie en in de paus als opvolger van Sint-Petrus, werden ze gemarteld en op 9 juli opgehangen. Ongeveer een eeuw daarna werden ze zalig verklaard. In 1876 volgde de heiligverklaring van de zeventien priesters en twee lekenbroeders. Sindsdien is het martelveld in Den Briel een bedevaartplaats.

Titus Brandsma (27 juli)

In de maand juli wordt een martelaar van vaderlandse bodem herdacht.

Het is Titus Brandsma, geboren in 1881 in Oegeklooster in Friesland. Hij trad toe tot de orde van de karmelieten en werd hoogleraar in de mystiek aan de universiteit van Nijmegen. In zijn vrije tijd ijverde hij voor de Friese taal en cultuur en voor de hereniging van de Oosterse kerken met de Rooms-Katholieke Kerk. Het opkomende nazisme bestreed hij fel. Dat werd hem noodlottig. Hij werd opgepakt en ondergebracht in het concentratiekamp Dachau. Ondanks uithongering en mishandeling bleef hij zijn medegevangenen bijstaan als geestelijk leidsman. Op 27 juli 1942 werd hij ter dood gebracht. Zijn zaligverklaring vond plaats in 1985.

Gedaanteverandering (6 augustus)

Met de 'Gedaanteverandering van de Heer' wordt een gebeurtenis uit het leven van Jezus herdacht, die zowel door Matteüs als Marcus en Lucas wordt beschreven. Jezus is met Petrus, Johannes en Jacobus de berg Tabor opgegaan om te bidden. Terwijl hij bidt, worden zijn kleren blinkend wit en zijn gezicht straalt als de zon. Bij hem staan Mozes en Elia en uit de wolk klinkt een stem: "Dit is mijn Zoon, luister naar Hem". De apostelen willen het moment vasthouden, maar nee, er komt een einde aan. Op de terugweg laat Jezus hen weten dat ze er niet over mogen praten.

Maria Tenhemelopneming

Op 15 augustus wordt gevierd dat Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Zij, de vrouw die 'bekleed is met de zon', dat wil zeggen met Gods aanwezigheid (Openbaringen 12), die Jezus heeft gedragen en trouw aan God was ("Mij geschiede naar Uw woord"), leeft in het eeuwige koninkrijk. Daar bidt ze voor mensen die nog op weg zijn. Maria ten Hemelopneming ? een feest dat al eeuwenlang wordt gevierd, maar pas in 1950 tot officiële feestdag is verklaard ? gaat dus over leven en niet over de dood. Het is een blij feest dat in veel parochiekerken op de dag zelf wordt gevierd.

 

September is een maand met enkele rode en witte dagen. Het rood verwijst naar bloed en is er voor Jezus' Kruisverheffing. Het wit, teken van heiligheid en zuiverheid, is er voor Maria geboorte, Maria als moeder van smarten, pater Pio, en voor de aartsengelen: de heilige Michaël, Gabriël en Rafaël.

 

Kruisverheffing (14 September)

Nicodémus, een geleerde jood, gelooft in Jezus als de Messias, maar twijfelt ook. Dan herinnert Jezus hem eraan, hoe Mozes lang geleden een bronzen slang aan een paal bevestigde en vervolgens de paal recht overeind zette in de woestijn. De Israëlieten die in de woestijn waren gebeten door giftige slangen werden genezen als ze vol vertrouwen naar boven keken. 'Op dezelfde manier als de slang,' zo legt Jezus uit aan Nicodémus, 'zal ook de Mensenzoon omhoog geheven worden. Een ieder die naar Hem omhoog kijkt en in Hem gelooft, zal eeuwig leven hebben. God heeft zijn Zoon niet gezonden om te oordelen, maar om mensen te redden.'

 

Moeder van Smarten (15 September)

15 september, de dag na Kruisverheffing, is gewijd aan Maria als moeder van smarten. Zij staat bij het kruis op Goede Vrijdag en voelt het verdriet als een zwaard door haar hart snijden, precies zoals Simeon haar bij de Opdracht in de tempel had voorspeld. Naast haar staat Johannes. Hij krijgt tot taak om als een zoon voor Maria te zorgen. Aan Maria geeft Jezus de opdracht om als een moeder voor Johannes te zijn.

 

Padre PioPater Pio (23 September)

Pater Pio, in 1887 geboren in een dorp in Zuid?Italië, deed op 16?jarige leeftijd zijn intrede in de orde van de kapucijnen en werd zes jaar later tot priester gewijd. Vanaf 1920 tot zijn dood in 1968 verbleef pater Pio in een klooster van de kapucijnen in San Giovanno Rotondo. Daar kwamen velen om bij hem te biechten en de Heilige Mis bij te wonen. Zijn mystieke gaven en zijn verbondenheid met het lijden van Christus maakten grote indruk.

Sommige kerkelijke leiders hadden zo hun bedenkingen en geloofden bijvoorbeeld niet dat zijn stigmata in handen en voeten echt waren. Zij legden hem huisarrest op. Pater Pio bleef daar geduldig onder en verzette zich niet. In 2002 werd hij heilig verklaard.

 

De aartsengelen (29 September)

Gabriël, Michaël en Rafaël, zo heten de drie aartsengelen. Zij zijn net als de andere engelen dienaren en boodschappers van God, maar aan hen worden de belangrijkste opdrachten toevertrouwd. Gabriël kennen we als de engel die aan Maria verschijnt en de geboorte van Christus aankondigt, Michaël als de engel die de strijd tegen de Satan en de boze machten aangaat en Rafaël als de engel die mensen begeleidt en geneest.

H. Engelbewaarders (2 oktober)

Op een dag komen de leerlingen bij Jezus en vragen Hem: Wie is de belangrijkste in het Rijk der hemelen? 'Jezus is teleurgesteld. Hij heeft hun al zo vaak uitgelegd dat het niet gaat om macht en eer, maar juist om eenvoud en nederigheid. Terwijl Hij naar een paar kinderen wijst, zegt Jezus: 'Als jullie niet zo bescheiden worden als zij, zul je vast niet in de hemel komen. Jullie mogen kinderen ook geen kwaad doen of minachtend behandelen. Ik zeg jullie: zij hebben engelen in de hemel en die aanschouwen voortdurend het aangezicht van de Vader.'

H. Franciscus (4 oktober)

Franciscus van Assisi werd geboren in 1180 in Assisi, als zoon van een rijke lakenkoopman. Toen hij ongeveer 24 jaar oud was, kreeg hij een visioen, waarin hem duidelijk werd gemaakt dat hij een leven in armoede en in navolging van Christus moest gaan leiden. Hij gaf daaraan gehoor, schonk zijn bezittingen aan de armen en trok het land in om de Blijde Boodschap door te geven en zieken te verplegen. Franciscus leefde van wat hem werd gegeven en kreeg al spoedig volgelingen. Zo ontstond de orde van de minderbroeders, meer bekend als de Franciscanen.

Rozenkransgebed (7 oktober)

De rozenkrans is een snoer met kralen die je door je vingers

laat glijden, terwijl je het Onzevader en het Weesgegroet bidt.

Intussen overweeg je het leven van Christus, te beginnen bij de aankondiging van Jezus' menswording door de engel Gabriël en eindigend met Jezus' dood en verrijzenis. Het rozenkransgebed is uitgesproken meditatief. Het dateert van de Middeleeuwen en kreeg in de 16e eeuw een extra stimulans, toen paus Pius V het feest van 'Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans' instelde. De aanleiding daartoe was dat de Turken in 1571 een inval deden in Europa. Velen vreesden het ergste en baden de rozenkrans, op verzoek van de paus. Op 7 oktober werden de Turken verslagen.

H. Lucas (18 oktober)

Lucas was arts van beroep. Hij bekeerde zich tot het christendom vanuit het heidendom. Hij begeleidde Paulus op verschillende van diens missiereizen en schreef zowel het evangelie van Lucas als de Handelingen van de apostelen. In het evangelie wordt het leven van Jezus beschreven vanaf zijn geboorte tot de terugkeer naar God de Vader. De Handelingen van de apostelen sluiten nauw aan bij dit evangelie. Zij vertellen over de vroege Kerk vanaf het eerste paasfeest in Jeruzalem tot omstreeks het jaar 60, als Paulus in Rome gevangen wordt gehouden.

Allerheiligen (1 november)

Allerheiligen is een feest met een lang verleden. Oorspronkelijk waren het vrijwel uitsluitend martelaren die werden herdacht: zij die gedood werden vanwege hun geloof. Later kwamen daar de belijders bij: zij die een heilig leven leidden zonder dat ze daarvoor gemarteld werden. De datum van Allerheiligen was aanvankelijk wisselend, maar werd vanaf de negende eeuw op 1 november gesteld. De teksten die bij het feest horen, zijn grotendeels afkomstig uit het Boek van de Openbaring.

Allerzielen (2 november)

Op Allerzielen worden de overledenen herdacht en wordt gebeden voor hun eeuwige rust bij God. Anders dan Allerheiligen, dat als liturgische kleur wit heeft, is de kleur op Allerzielen paars. Velen bezoeken op deze dag het kerkhof waar hun dierbaren begraven liggen. Ze versieren het graf met bloemen en branden er kaarsen. Zo mogelijk vindt er ook een zegening van de graven plaats.

Heilige Willibrord (7 november)

De Heilige Willibrord, in 658 geboren in Noord Engeland, was een van de eerste missionarissen in ons land. Hij verkondigde het evangelie onder de Friezen en werd aartsbisschop van Utrecht. Hij stierf op 7 november 739 en werd begraven in een door hem gesticht klooster te Echternach in Luxemburg. Ter ere van Willibrord, patroon van de Nederlandse kerkprovincie, wordt in Echternach nog ieder jaar een 'springprocessie' gehouden op de eerste dinsdag na Pinksteren.

Sint Maarten

Op 11 november is de gedachtenis van de Heilige Martinus van Tours, beter bekend als Sint Maarten. Hij leefde in de vierde eeuw, werd geboren in Hongarije en kwam als soldaat in Frankrijk terecht. Daar bekeerde hij zich tot het christendom, stichtte een klooster en werd bisschop van Tours. Zijn heiligenleven is bijzonder boeiend en werd al vroeg op schrift gesteld. Daardoor kreeg Sint Maarten in heel West Europa en zeker ook in Nederland grote bekendheid. In Nederland is hij patroon van de steden Utrecht en Groningen.

Tot besluit

Met deze bijdrage over het kerkelijk jaar zijn we aan het einde van deze reeks gekomen. Het doel ervan was om u, lezer, gevoelig te maken voor het liturgisch jaar. Zo gevoelig dat u in de kerk voortaan kunt zien, horen, voelen of ruiken in welke periode van het kerkelijk jaar u zich bevindt. Is het de tijd rond Kerstmis of die rond Pasen, of is het de groene tijd die van Pinksteren tot de volgende advent loopt? Die herkenning gaat niet zomaar. Weliswaar wordt ieder jaar het mysterie van Christus' menswording, zijn dood en verrijzenis gevierd, maar de lezingen, de liederen, de muziek en het ritueel verschillen. Daardoor is de beleving van dit mysterie ook steeds nieuw.

 


De kunst van het vieren

Voormalig vicaris J. B. Te Velde heeft een aantal jaren geleden een tiendelige serie artikelen geschreven in het bisdomblad. Onder de noemer 'de kunst van het vieren' heeft hij verschillende aspecten van de liturgie belicht. In 2013 heeft de serie -hier en daar enigszins gewijzigd- in de parochiebladen gestaan.

 

De volgende aspecten worden behandeld: eerbied, eenvoud, offer, gebed, stilte, zang, symbolen, beweging en feesten

 

 

De kunst van het vieren (1): Eerbied

 

In een droom ziet de profeet Jesaja God, als koning gekleed op een troon, omgeven door serafijnen die Hem 'heilig, heilig, heilig' toezingen. Het zingen is zo hard dat de drempels trillen; er staat rook in de ruimte. Jesaja is diep onder de indruk van deze droom over God. In het Nieuwe Testament wordt die heiligheid van God vooral ervaren in Jezus. Na de wonderbare visvangst knielt Petrus voor Jezus neer; hij voelt dat Gods heiligheid hier werkzaam is en beseft zijn eigen kleinheid. Petrus zegt: "Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens" (Lucas 5,8).

 

Vrees en verlangen

Het beroemde boek van Rudolf  Otto 'Het heilige' spreekt over het 'numineuze': het mysterieuze, onbegrijpelijke, heilige van God dat soms in tekens of dromen tot ons komt. Hij onderscheidt twee kanten van dat heilige, namelijk het tremendum, dat is het vreeswekkende, en het fascinans, dat is het fascinerende, het aantrekkelijke. Wie een ervaring heeft van het heilige van God kan daarvan bevreesd worden, omdat het zo groots is en ons bestaan zo te boven gaat. Maar tegelijkertijd trekt het ons aan, omdat het ook de bron is van wat mooi en goed is. De heiligheid van God doet ons knielen en stil zijn.

 

Heilige geheimen

In de kerk gaat het ook over heilige geheimen, die we vieren in de sacramenten. Daarbij helpen ons de afbeeldingen, het altaar, het tabernakel, de kaarsen, de kleding, de wierook, het kerkgebouw. Al deze dingen zijn niet heilig op zichzelf, maar omdat zij ons in aanraking brengen met Christus. Wij ontmoeten Christus en in Hem ervaren wij beide kanten van het heilige: Hij trekt ons aan omdat het mooi en goed is wat Hij ons geeft. Maar Hij boezemt ook vrees in omdat Hij ons te boven gaat en we tegenover Hem klein en zondig lijken. Heel bijzonder ervaren we dat in de eucharistie, waarin Christus op persoonlijke wijze naar ons toe komt. Voordat we ter communie gaan klinken de woorden: "Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek [slechts één woord] en ik zal gezond worden". Deze woorden drukken ontzag voor het heilige uit, maar ook verlangen naar het geluk dat Hij brengt. In de kerk mogen we delen in het heilige. Wij houden eerbiedig onze handen op of openen onze mond voor het Lichaam van Christus. Wij zorgen dat er geen kruimels of druppels van de eucharistische gedaanten verloren gaan. Eerbied heeft twee kanten: nabijheid en afstand, vertrouwdheid en ontzag, vrees en verlangen. Beide kanten mogen wij beleven en ervaren in de liturgie.

 

 

De kunst van het vieren (2): Eenvoud

 

Oosten en Westen

Wie wel eens een Byzantijnse viering heeft meegemaakt weet dat je onder de indruk raakt van de veelheid van litanieën, gezangen, buigingen en bewierokingen en dat alles in een meestal rijk beschilderde kerk met talloos veel iconen. We vinden het prachtig maar ook wel erg overdadig. De Romeinse liturgie zoals wij die vanouds in West-Europa kennen is veel soberder, strakker en nuchterder. Dat geldt voor de eeuwenoude Latijnse ritus, maar nog meer voor de aangepaste liturgie van na het Tweede Vaticaans Concilie: veel gebeden werden geschrapt, herhalingen werden vermeden, minder kruistekens, minder kniebuigingen, minder begroetingen.

 

Gerestaureerde icoon

De liturgie werd helderder en eenvoudiger zodat de hoofdzaken (lofprijzing van God, lezing uit de Heilige Schrift en verkondiging, voorbede, eucharistie met aandragen van de gaven, heiliging van brood en wijn en communie) beter uit de verf kwamen. De katholieke liturgie van West-Europa volgens het huidige missaal gevierd, heeft iets van een gerestaureerde, schoongemaakte icoon: aanslibsels, versiering en vervuiling zijn eraf gehaald en de oorspronkelijke afbeelding is goed te zien. Misschien dat sommigen de mystieke sfeer en de versluiering van vroeger missen, maar er staat tegenover dat de inhoud van de gebeden en gezangen veel duidelijker is, dat je beter doordringt tot de kern en dat je ook actiever mee kunt doen.

 

Overdaad schaadt

Een nobele eenvoud was het wat paus Paulus VI voor ogen stond en die hoort bij onze liturgie.  Maar de neiging om de zaak aan te kleden en op te tuigen zit diep in de mens. Dat kan op een traditionele manier: altaren vol met bloemen, stoeten misdienaars, te veel en te lange koorzang. Het kan ook op een moderne manier: symbolieken met kaarsen, hongerdoeken, symbolische bloemschikkingen, uitbeeldingen en veel uitleg, woordjes, preken, gesprekjes. De eenvoud van Woord en Sacrament, gebed en gezang, maakt plaats voor een veelheid van presentaties om de aandacht van de mensen te trekken.

 

Zorg en aandacht

De liturgie en de vierende gemeenschap zijn niet gebaat bij meer woorden en meer dingen rond het altaar. Het komt er eerder op aan de sobere elementen van de liturgie: het kruisteken, het gebed, de lezing, de buiging, de processie, de lofzang, met zorg en aandacht te verrichten en daarbij ook de stilte alle ruimte te geven. Juist vanuit die ruimte krijgen de onderdelen van de viering zeggingskracht. Eenvoud betekent niet: simpel of platvloers. Eenvoud is een kenmerk van het ware. In alle eenvoud spreken de evangeliën over de ene mens Jezus in wie de ene God zichtbaar en tastbaar is geworden. Mogen onze vieringen van die diepe eenvoud een weerspiegeling zijn.

 

 

De kunst van het vieren (3): Offer

 

Oude Testament

Het woord ‘offer’ doet ons denken aan oudtestamentische beelden van aartsvaders als Noach en Abraham die een dier slachten en verbranden om God te danken. Ook in de tempel van Jeruzalem werden in oude tijden dagelijks offers gebracht, brand- en slachtoffers, maar ook offers van wierook of van meel. Dat staat allemaal ver van ons moderne mensen af. De profeten hadden ook vroeger al kritiek op die offers, als ze niet gepaard gingen met een instelling van vroomheid en gerechtigheid in het leven van alledag. En de Hebreeënbrief benadrukt dat de oude offers, die steeds herhaald werden, niet meer nodig zijn omdat Jezus met zijn dood aan het kruis, eenmalig en voor altijd de relatie tussen God en mensen hersteld heeft.

 

Jezus' uitnodiging

De dood van Jezus kan dus als een offer gezien worden, maar wel een heel bijzonder offer.

Niet de gewelddadige vernietigingen van een leven staan hier voorop, maar de liefdevolle overgave van zichzelf: aan het kruis maakt Jezus waar dat er geen grotere liefde is dan dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden. Wij vieren en gedenken dat op Witte Donderdag en Goede Vrijdag. In elke eucharistie wordt het offer van Jezus opnieuw present gesteld: Hij is opnieuw bij ons als degene die alles, zichzelf, geeft. Hij nodigt ons ook uit om ons bij Hem aan te sluiten: "Als je mijn leerling wilt zijn, moet je Mij volgen en je kruis op je nemen, in dienstbaarheid en trouw."

 

Navolging

In onze liturgische vieringen speelt de beleving van het offer nog steeds een grote rol. Als brood en wijn naar het altaar worden gebracht en wij ons daarbij aansluiten met onze gaven in de collecte, dan maken wij duidelijk dat wij iets te geven hebben, dat wij iets willen afstaan in navolging van Jezus. Onze gaven doen ertoe. Brood symboliseert onze arbeid, onze inzet, ons dagelijks leven. Wijn symboliseert het bloed, maar ook de levensvreugde. Wij bieden ze aan voor Gods koninkrijk en ze worden opgenomen in het offer van Jezus dat tijdens het eucharistisch gebed op sacramentele wijze werkelijkheid wordt.

 

Geestelijk offer

Ook geestelijk kunnen wij het offer mee opdragen, door de lasten en de moeilijkheden van ons leven aan God aan te bieden, in verbondenheid met Christus. Dan beleven wij in de viering wat Paulus schrijft in de Romeinenbrief (12,1): 'Wijdt uzelf aan Hem toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijke eredienst die bij u past'.

 

 

De kunst van het vieren (4): Gebed

 

Gebed

Bidden is het gesprek, de ontmoeting, het contact tussen God en de mens. Niet altijd ervaren wij Gods aanwezigheid en soms lijkt ons bidden louter en alleen een monoloog. Vanuit ons geloof blijven we zoeken naar tekens van Gods betrokkenheid op ons. Gelukkig is bidden - behalve een zoeken - soms ook een vertrouwvol vinden of gevonden worden.

 

Persoonlijk

Onze liturgische vieringen kennen heel wat gebedsmomenten, zowel persoonlijke als gemeenschappelijke. Veel mensen die naar de kerk komen hebben een persoonlijke intentie voor hun gebed. De alledaagse noden van ziekte, zorg, examens en reizen, kinderen en kleinkinderen worden meegenomen naar de kerk. In de kerk worden ze verbonden met het gebed van de gemeenschap. Velen steken in de kapel van Maria of bij het beeld van Antonius een kaars aan, of schrijven iets op in het intentieboek. Soms zijn er van tevoren al gebedsintenties doorgegeven: als een overledene herdacht wordt of als er dankbaar iets te vieren valt. De liturgische viering heeft altijd een persoonlijke dimensie: wij komen naar de kerk om persoonlijk God iets te vragen of Hem te danken.

 

Gemeenschap

Maar de viering is ook altijd gebed van de gemeenschap. Het lied waarmee wij beginnen is vaak al een gebed, bijvoorbeeld als we zingen: ‘Wij zoeken U als wij samenkomen..'. Zingend bidden wij gezamenlijk om ontferming in het Kyrie en prijzen wij God in de lofzang van het Gloria. De priester of andere voorganger vat onze gebeden samen en wij antwoorden met het  'Amen' (zo zij het). Amen is een oeroude acclamatie die in de Bijbel al gebruikt wordt om te beamen, om in te stemmen. Ook de lezingen uit de H. Schrift worden biddend beantwoord, met de antwoordpsalm en de acclamatie: 'Wij danken God'.

 

Voor de wereld

De plaats bij uitstek voor het bidden voor de noden van de wereld is de voorbede, die ook wel 'gebed van de gelovigen' of 'gemeenschappelijk gebed' wordt genoemd. Volgens het Tweede Vaticaans Concilie wordt hierin 'samen met het volk gebeden voor de heilige Kerk, voor hen die gezag over ons uitoefenen, voor hen die gebukt gaan onder allerlei noden, alsook voor alle mensen en het heil van heel de wereld' (Constitutie over de H. Liturgie, nr. 53). Juist in deze reeks gebedsintenties die door herhaalde aanroepingen bevestigd worden, oefenen wij als priesterlijk godsvolk onze opdracht uit om voor de wereld te bidden.

 

Eucharistisch gebed

Een hoogtepunt is het eucharistisch gebed, waarin wij de Vader danken, het sterven en verrijzen van zijn Zoon gedenken en vragen om de kracht van de heilige Geest over de gemeenschap en over de offergaven. Het is het gebed dat de priester namens allen bidt, dat onderbroken wordt door acclamaties van de gemeenschap en besloten door een gezamenlijk 'amen'. Het Onze Vader is het oudste en meest waardevolle christelijke gebed omdat het 'het gebed des Heren' is, door Jezus zelf aan zijn kerk gegeven.

 

Uiteindelijk overstijgt ons bidden alle woorden. Woorden schieten altijd tekort. Daarom is er voorafgaand aan en tijdens elke viering ruimte voor stil gebed.

 

 

De kunst van het vieren (5): Stilte

 

In onze wereld is stilte een schaars goed geworden. In onze huizen staat vaak de tv, de radio of de geluidsinstallatie aan. Op de fiets of in de trein hebben we onze ipod. In de winkels en de horeca gaat de muziek altijd door. Steeds meer jongeren krijgen gehoorbeschadigingen omdat ze niet zonder de dreunende bassen kunnen. En wie de stilte zoekt in de natuur vindt in ons land nauwelijks meer een plek waar het verkeer niet te horen is.

 

De stem van de stilte

Wij zijn de stilte ontwend. Wat op jongeren het meest indruk maakt in de Taizévieringen is de langdurige stilte. Stilte is een open ruimte, waarin je herinneringen, je gevoelens en verlangens er mogen zijn. Waarin het soms zelfs in je hoofd even stil wordt. Stilte helpt je om tot rust  te komen, om bij jezelf te komen. Stilte helpt je om je geest leeg te maken en zo ruimte te bieden aan wat God je zeggen wil. Stilte is nodig om voor jezelf alles op een rijtje te krijgen en te kunnen bidden. Als de ontelbare harde stemmen van onze wereld even zwijgen, dan kun je misschien die éne stem opvangen, die Mozes hoorde in de woestijn (Ex. 3) en die Elia hoorde op de Horeb in het suizen van een zachte bries (1 Kon. 19,12). Het is die stem die jou aanspreekt en roept en noemt bij je naam.

 

Heilig stilzwijgen

Stilte en kerk horen bij elkaar. In onze kerk- en kloostergebouwen spreken we weinig en met gedempte stem. Er wordt daar gemediteerd: teksten uit de Bijbel worden in stilte langdurig overwogen. En ook in de liturgische vieringen kunnen er momenten van stilte zijn. Het missaal zegt in de Algemene Inleiding (nr. 23): 'Op bepaalde momenten moet ook een heilig stilzwijgen, als onderdeel van de viering, in acht worden genomen. De aard ervan is afhankelijk van het ogenblik in de viering. Bij de schuldbelijdenis en na de uitnodiging tot gebed keert eenieder in zichzelf; na de lezing of na de homilie overweegt men een ogenblik wat men zojuist gehoord heeft; na de communie loven allen in hun hart en bidden tot Hem'. Te veel momenten van stilte kunnen de beweging uit de viering halen. Maar met name de stilte na de communie mag meer aandacht krijgen. Ook de priester kan even een minuutje de tijd nemen voor stil gebed. Als dan ook koor en orgel even zwijgen, ontstaat een kostbaar moment van stilte.

 

Diepgang

'U gewijd zij stilte en lofzang' zingt Psalm 65,1, of, in een andere versie: 'De stilte zingt u toe, o Heer'. Door momenten van stilte krijgt ons bidden, zingen en vieren diepgang.

 

De kunst van het vieren (6): Gezang

 

 

Dubbel bidden

Bij een voetbalwedstrijd, een popconcert, een Taizégebed of een lofprijzingsdienst zie je hoe indrukwekkend samen zingen kan zijn. In onze parochiële vieringen is dat dikwijls ook het geval. Niet alleen wanneer de koren meedoen, maar ook bij de samenzang. Koren zingen niet  plaatsvervangend voor de andere kerkgangers: we zingen afwisselend en elkaar stimulerend. Liturgie en gezang horen bij elkaar, 'zingen is dubbel bidden' wordt vanouds gezegd. Hoewel sommige parochianen liever luisteren dan zingen, worden we allemaal uitgenodigd om actief mee te doen in de liturgie.

 

Verbondenheid

Echt liturgie vieren kan niet zonder zingen. Het is een kunst die voor iedereen bereikbaar is. De één zingt mooier dan de ander, maar ieder is welkom om mee te doen. We voelen ons met elkaar verbonden als we een openingszang of een slotzang zingen. Bij een kyrielitanie of een voorbede herhalen we steeds de roep om verhoring. Een antwoordpsalm helpt ons biddend te mediteren. Het ‘Alleluia’ voorafgaand aan het evangelie geeft ons iets van de paasvreugde en doet ons aandachtig luisteren naar Jezus' woorden. Een instemmende acclamatie zingen na het evangelie of na de consecratie geeft betrokkenheid. Zingen schept verbondenheid met elkaar en met God.

 

Diepere betekenis

Zingen is ook emotie: soms uitbundig, blij en dankbaar, soms vol verwachting, soms innig en verstild. Wat in woorden gezegd wordt, wordt zingend ondersteund en verdiept: ‘Heer ontferm u’. ‘Wij danken en loven U’. ‘Hoe is uw naam?’ ‘Naar U gaat ons verlangen.’ ‘U bent liefde en trouw.’ Zingend kunnen wij in de liturgie onze emoties kwijt. Ook voor ervaringen van verdriet en gemis worden ons zingend woorden en melodieën aangereikt. Zingen is nooit zonder woorden. De woorden krijgen een diepere betekenis als ze gezongen worden.

 

Toevertrouwen

Gods woord klinkt in Bijbellezing en psalm. Ook lezingen kunnen we zingen op een reciteertoon. Dat gebeurt vaak in de Kerstnacht. Onze antwoorden worden gezongen in lied, gebed en belijdenis. Zingend zijn we als Gods volk onderweg: kijk maar naar pelgrims op weg naar Lourdes. Zingen is een vorm van betrokkenheid: je wilt meedoen, je laat je raken, je wilt je uiten, je geeft je over aan het gebeuren. Zingen is je toevertrouwen aan het moment.

 

Hemel op aarde

Gelukkig nodigt de kerk ons steeds opnieuw uit om zelf mee te zingen, met hart en ziel. Wij sluiten ons aan bij de zang van engelen en heiligen in de hemel: als wij met hen mee zingen wordt het op aarde ook al een beetje hemel. Zo krijgen wij een voorproefje van de eeuwige lofzang in de hemel, waar uit pure verrukking niemand meer zijn mond kan houden.

 

 

De kunst van het vieren (7) - Symbolen

 

Aanraken

We gebruiken in ons leven allerlei symbolen: een trouwring, oranje vlaggen en mutsen, beschuit met muisjes, kaarsen en knuffels, en ontelbare meer. Met zichtbare voorwerpen en gebaren proberen we iets onzichtbaars te uiten: verbondenheid, respect, vriendschap, verdriet, enthousiasme: menselijke waarden die zich moeilijk laten verwoorden, maar getoond worden in tekentaal. Ook in de kerk gebruiken we veel symbolen: met water en brood, wijn, olie en met de gebaren van handoplegging en zalving drukken we Gods genadevolle nabijheid in de sacramenten uit: het zichtbare duidt het onzichtbare aan. Wij kunnen God niet zien, maar in de sacramenten en andere liturgische tekens raakt Hij ons aan en wil Hij ons nabij zijn.

 

Gods geheim

Liturgie is een dialogisch en mystiek gebeuren: God spreekt tot ons en komt naar ons toe, wij antwoorden Hem in woord en gebaar. In de genoemde symbolen herkennen wij Gods verborgen en werkzame aanwezigheid. In andere drukken wij onze aanwezigheid en onze gerichtheid op God uit: biddend, schuld erkennend, geloof belijdend, een gebed of een lezing beamend. Het ontsteken van een kaars is een uiting van gebed, jezelf tekenen met het kruisteken met of zonder wijwater drukt geloof in en verbondenheid met God uit. Het buigen voor het altaar of het kruis, het kloppen op de borst bij de schuldbelijdenis, het maken van een kniebuiging voor het tabernakel waarin het heilig sacrament wordt bewaard: het zijn allemaal symbolische gebaren waarin wij onze gerichtheid op Gods geheim uitdrukken, ons besef van een tekort, onze dankbaarheid voor zijn gaven, onze erkenning van en eerbied voor zijn aanwezigheid.

 

Van dood naar leven

De liturgie kent het hele jaar door talrijke symbolen die uitdrukking geven aan onze geestelijke band met God, waardoor die band ook versterkt wordt. Als de lichten op de adventskrans ontstoken worden groeit ons verlangen naar de komst van het Licht. Als ons voorhoofd met as getekend word, beleven we onze vergankelijkheid en ons tekortschieten tegenover Hem. Als we met palmtakken in de processie lopen, beleven we de vreugde om Jezus' komst als Messias. Als we op Goede Vrijdag het kruis eren met een kus of een buiging of een bloemenhulde, dan voelen we ontzag voor Hem die zijn leven gaf voor de wereld. In de Paaswake vieren wij Jezus' overwinning en beleven wij bij de intocht van en jubelzang op de paaskaars de overgang van donker naar licht, van dood naar leven.

 

Ontmoeting

Liturgie is de mystieke ontmoeting tussen God en zijn volk. Behalve woorden en muziek, zang, gebed en lezing zijn er ook symbolen die die ontmoeting vormgeven: Gods komen naar ons en ons naderen tot Hem wordt in tekenen beleefd.

 

 

De kunst van het vieren (8) - Beweging

 

De liturgie van de katholieke kerk is een lichamelijk gebeuren. Al onze zintuigen worden aangesproken en ons lichaam komt ook in beweging als we staan, knielen, buigen, zitten en lopen. Lichamelijk drukken we uit wat we innerlijk beleven: eerbied, liefde, aandacht, verbondenheid.

 

Processies

Er is een soort beweging in de liturgie die de laatste veertig jaar wat vergeten is, maar nu weer terugkomt: de processie. Een processie is een samen biddend en zingend optrekken. Je hebt de processies die onderdeel zijn van de eucharistie en de kerkelijke feesten, en je hebt de zelfstandige processies.

Bij de eerste categorie denken we aan de intochtprocessie waarbij de celebrant (voorganger) de liturgische ruimte binnentreedt, vergezeld van assistenten (lector en misdienaars) en voorafgegaan door de drager van een processiekruis. Hiermee wordt de binnenkomst van Christus aangeduid. Als hulde aan Hem dragen we kaarsen mee naast het kruis en wordt de processie voorafgegaan door wierook. De feestelijke eucharistieviering kent meer processies: het aandragen van het evangelieboek alvorens eruit gelezen wordt, de offerandeprocessie waarbij de gaven van de gelovigen van brood en wijn vanuit de kerk naar het altaar worden gedragen en de communieprocessie, waarbij de gelovigen Gods liefdesgave, het lichaam van Christus, ontvangen. Tijdens deze processies wordt er van oudsher gezongen, bij voorkeur gezangen waarbij de in beweging zijnde gelovigen gemakkelijk het refrein kunnen meezingen. Verder is er de uitvaartprocessie, waarbij aan het eind van de viering de overleden gelovige achter het kruis van de Heer zingend begeleid wordt naar de begraafplaats. Op veel plaatsen wordt tegenwoordig ook weer de kaarsenprocessie op Maria Lichtmis (2 februari) gehouden.

 

Op weg naar Pasen

Ook de Goede Week kent enkele bidtochten, zoals de Palmpasen processie met de palmtakken, waarbij de intocht van de priester in de kerk het binnenkomen van Christus in Jeruzalem mag verbeelden. Na de Witte Donderdagviering is er de processie met het heilig Sacrament naar het rustaltaar voor de nachtelijke aanbidding. Ook hebben we op Goede Vrijdag de intocht met het kruis om die aan de gelovigen te tonen, en in de Paasnacht de processie met de nieuwe paaskaars.

 

Samen een weg gaan

De tweede categorie, de zelfstandige processie, vindt tegenwoordig weer meer plaats, met name sinds het processieverbod voor de openbare weg afgeschaft is. De geloofsgemeenschap verzamelt zich in al haar geledingen: religieuzen, gelovigen, koor, dienaars, bisschop, priesters en diakens nemen hieraan deel. De processie begeeft zich langs een route in een plechtige stoet, terwijl ze meestal het beeld van een heilige, het heilig sacrament, een reliek of een ander heilig teken meedraagt. Wij kennen in ons bisdom de Gerardus Majella-processie in Barger Oosterveld, de Bonifatiusprocessie in Dokkum, de omgang met de Hertogin van Drenthe in Emmercompascuum, en - sinds een aantal jaren - de processie met het oude genadebeeld van Maria van Leeuwarden (dit jaar op zondag 6 oktober a.s.). Dat is ook de kunst van het liturgie vieren: samen in beweging komen, biddend en zingend een weg gaan.

 

 

De kunst van het vieren (9) - Feest

 

Heilige Schrift

In de Bijbel wordt regelmatig over feesten gesproken; vaak zijn dat bruiloften. Denk maar aan de bruiloft van Kana, waarbij Jezus zijn eerste teken deed: een overvloed van wijn (Johannes 2, 1-11). Of denk aan de gelijkenis van het bruiloftsfeest waarbij de gasten niet komen opdagen, waarna de armen en de gebrekkigen genodigd worden (Lucas 14, 15-24). Ook zijn er de bevrijdingsfeesten, na oorlog, ballingschap of slavernij: zie bijvoorbeeld Exodus 15, 20-21 en het prachtige visioen van Jesaja (25, 6-9) waarbij een feestmaal geschetst wordt om de blijdschap van de verlossing te vieren. De evangeliën vertellen van vele maaltijden in klein gezelschap of met grote groepen waarbij het delen van het voedsel gepaard gaat met vreugde en saamhorigheid. Eten en drinken, dansen en zingen, vreugde en saamhorigheid, zijn vaak de basisingrediënten van een goed feest.

 

Vreugdevolle vieringen

In de kerk vieren wij week in week uit de overwinning van Christus: zijn verrijzenis en onze redding en verlossing van dood en zonde. De boodschap van vergeving en nieuwe kansen, de liefdesrelatie tussen God en mens en de saamhorigheid van de gemeenschap van alle volgelingen van Jezus zijn een blijvende reden om ons te verheugen. Onze liturgische vieringen hebben daarom het karakter van een feest. Ze missen – vergeleken bij evangelicale bijeenkomsten - misschien het uitbundige en bewaren een zekere orde en ingekeerdheid, maar de vreugde is er niet minder om. De katholieke liturgie kent het feestelijk zingen van Gods lof, het feestelijk rondgaan in processie, de feestelijk versierde kerkgebouwen, het feestelijk samenzijn en ook het element van het feestmaal ontbreekt niet, zij het dat het sacramentele eten en drinken van brood en wijn vooral wil verwijzen naar een geestelijk feestmaal, een gemeenschap met de Heer en met elkaar.

 

Altijd weer een blije voorsmaak

De gekozen liturgische gezangen, de toon en inhoud van Schriftlezing en verkondiging, de kleding van de voorgangers en de versiering van de kerkruimte zeggen iets over de aard van de plechtigheid. Soms meer ingetogen en bezinnend, andere keren feestelijk en uitbundig. Het zal en kan niet altijd feest zijn. Pasen, het grootste feest van het jaar, staat in tegenstelling met de vasten en de Goede Vrijdag die eraan voorafgaan. Het Kerstfeest raakt ons des temeer omdat er een sobere adventsperiode aan voorafgaat. Maar zelfs de vastentijd kent halverwege zondag ‘Laetare’ en de advent kent zondag ‘Gaudete’. Zondagen waarop de bezinnende ernst plaats maakt voor een blije voorsmaak van de feesten waar we naar op weg zijn.

 

Hemels Jeruzalem

Liturgie vieren is feest vieren. Elke liturgie voelt zich één met het hemelse feest van Gods engelen en heiligen en loopt vooruit op het eeuwige gastmaal in het hemelse Jeruzalem. 'Zalig zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam' (Apocalyps 19,9).

 

De kunst van het vieren (10 slot) - Feest

 

Woorden

In elke liturgische viering wordt voorgelezen uit de Heilige Schrift en vaak wordt er ook een overweging, een preek of homilie gehouden. Het christendom is vanaf het begin uitgedragen door het verkondigen van de boodschap. Jezus gaf de apostelen de opdracht zijn woorden door te geven aan alle volkeren. Paulus onderstreept de noodzaak van de prediking van het evangelie: 'Hoe in Hem geloven zonder van hem te hebben gehoord? Hoe kan men van Hem horen als niemand Hem verkondigt?' (Romeinen 10,14). Het geloof komt niet uit onze eigen koker, maar groeit omdat wij erover horen spreken en natuurlijk ook omdat wij de gesproken woorden ook concreet zien worden in het leven van mensen. Woord en daad moeten altijd een eenheid vormen.

 

Taak van ieder christen

De opvolgers van de apostelen, de bisschoppen, zagen de prediking als hun hoofdtaak en droegen die ook aan hun medewerkers op. 'Wie naar u luistert, luistert naar Mij', zei Jezus tegen zijn leerlingen (Lucas 10,16). In het verkondigde woord spreekt Jezus zelf tot ons. Eigenlijk heeft elke christen, ook in gezin en op school, de taak het geloof te verwoorden en over Christus te vertellen.

 

Brood voor het hart

Een wezenlijk onderdeel van de kunst van het vieren is dus het luisteren naar Schriftlezing en preek. De moderne mens is visueel ingesteld en kan, zo zegt men, moeilijk langere tijd naar een toespraak luisteren. Toch hebben we nog geen goed alternatief gevonden voor onze zondagse preek en de indruk bestaat dat gelovigen nog altijd waardering hebben voor een goede homilie. De preken zijn over het algemeen niet lang en moeten levendig en afwisselend zijn: de boodschap van het evangelie wordt toegepast in de actualiteit van mens en samenleving. Wie regelmatig luistert naar de zondagse verkondiging krijgt heel wat mee: informatie over Bijbel en geloof, maar vooral 'brood voor het hart', concrete suggesties hoe de boodschap van Gods liefde in je eigen leven kan klinken.

 

Openstellen

Luisteren is niet gemakkelijk. Het vraagt dat we ons hart en ons hoofd openen voor wat gezegd wordt. Het vraagt ontvankelijkheid, bereidheid om je te laten raken, ook als het thema je in eerste instantie niet erg aanspreekt. Luisteren naar de verkondiging van Gods woord kan alleen met een vertrouw volle houding. Het gaat er niet om dat er kritiek mogelijk is, of dat je op onderdelen het ermee oneens kunt zijn. Het gaat er eerder om dat je je openstelt voor wat de Heer je nu concreet wil zeggen. 'Heer Jezus, ontsluit voor ons de Schriften. Doe ons hart branden, terwijl Gij tot ons spreekt'.

 

 


 

SACRAMENTEN

 

 

De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten: doopsel, eucharistie, vormsel, huwelijk, priesterwijding, ziekenzalving, boete en verzoening (biecht).

Sacramenten zijn tekens, in woord en gebaar, die we in Jezus’ Naam in de gemeenschap van de Kerk mogen vieren. De sacramenten zijn een paasgeschenk van de levende Heer aan de Kerk: ‘De apostelen trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die hen vergezelden’ (Mc. 16: 20).

Het eerste sacrament dat je kunt ontvangen is het doopsel, het wordt wel de deur van de sacramenten genoemd. Pas na het ontvangen van het doopsel kun je andere sacramenten ontvangen.

In de eucharistie vieren we de maaltijd van de Heer en gedenken we dat we Christus opnieuw in ons midden ontmoeten en ontvangen, hier en nu. Vanuit het Grieks vertaald betekent eucharistie dankzegging.

Het sacrament van het vormsel is de bekroning van het eerder ontvangen doopsel. Op bijzondere wijze wordt in het vormsel nog eens de kracht van de heilige Geest doorgegeven, het is de bevestiging van het doopsel.

Man en vrouw geven elkaar in de kerk het sacrament van het huwelijk; de sluiting van het huwelijk gebeurt door hun wederzijds jawoord. De priester of diaken is bij de huwelijkssluiting aanwezig als officieel getuige van de Kerk.

Het sacrament van de wijding staat ten dienste van het geloofsleven van heel de Kerk. De dragers van het gewijde ambt, priesters en diakens, zijn aangesteld om in Christus’ Naam het geloof te verkondigen, de sacramenten te bedienen en herders te zijn van medegelovigen.

In de ziekenzalving raakt Christus in de kracht van de heilige Geest de zieke aan en schenkt de nodige bijstand door de genade van troost, van vrede en bemoediging. Doordat het de laatste zalving is die het einde van het mensenleven op aarde markeert, wordt het ook wel het sacrament van de stervenden genoemd.

In het sacrament van boete en verzoening schenkt God zijn vergeving. God heeft het dienstwerk van de verzoening aan zijn Kerk toevertrouwd. In de doop ontvangt een mens vergeving van de zonden; eenmaal gedoopt, blijft het leven van een christen niet zonder zonde. Het sacrament van boete en verzoening biedt de gelegenheid om ten overstaan van een priester je zonden te belijden, in het vertrouwen dat de Heer bereid is je opnieuw te vergeven.

 

In Jezus is God zelf dichtbij ons. Jezus deelde ons leven, gaf zijn leven aan het kruis. Op Pasen is Hij verrezen. Jezus is teruggekeerd naar de hemel. Hij heeft de heilige Geest gegeven als helper in ons midden. In kracht van die heilige Geest vieren wij de sacramenten, de werkzame tekens van de levende Heer. In de vieringen van de sacramenten ontmoeten wij Jezus zelf. De heilige Gregorius de Grote schreef: ‘Wat zichtbaar was in onze Verlosser is overgegaan in zijn sacramenten’.

 

Eén van de Nederlandse bisschoppen, mgr. Van den Hende, oorspronkelijk afkomstig uit het bisdom Groningen-Leeuwarden, heeft een reeks boekjes uitgegeven over ieder sacrament. Aan de hand van de tekst van deze boekjes kunt u het komende jaar in elk parochieblad lezen over een van de zeven sacramenten. Na de serie over liturgie in de periode 2013-2014 van de voormalig vicaris-generaal Johan te Velde, en na de serie in de periode van 2014-2015 van Anne Piebenga over het liturgisch jaar, nu dus in de periode 2015-2016 een serie over de zeven sacramenten.

Sacramenten

De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten. Het sacrament van: het doopsel, de eucharistie, het vormsel, het huwelijk, de wijding, de ziekenzalving, boete en verzoening (biecht). Bisschop Van den Hende schreef een reeks artikelen over ieder sacrament. In dit parochieblad leest u er een samenvatting van:

 

Het sacrament van het doopsel

 

In de Bijbel

In het evangelie geeft Jezus na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen de opdracht om te dopen: ‘Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb’ (Mt. 28, 19-20). Paulus kwam tot geloof en hij liet zich dopen (Hand. 9, 18b). Eerst was Paulus iemand die Jezus en zijn leerlingen vervolgde en liet doden. Een volgeling van Jezus had aan Paulus gevraagd: ‘Wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van zijn Naam’ (Hand. 22, 16).

 

In de liturgie

Het doopsel vindt bij voorkeur plaats op zondag, de dag van de verrijzenis, de speciale dag waarop de gelovigen voor de eredienst samenkomen en de verrezen Christus in hun midden weten.

Wanneer tijdens de eucharistieviering wordt gedoopt, kan de gemeenschap van de parochie erbij worden betrokken en wordt de band duidelijker tussen doopsel en eucharistie. Meestal wordt echter een aparte doopviering gehouden, buiten de eucharistie.

De viering begint met het ontvangen van de dopeling en vragen aan de ouders of aan de volwassen dopeling zelf. Daarna wordt gelezen uit de heilige Schrift en volgt een korte overweging. Na het bidden van de voorbeden en het aanroepen van de heiligen wordt het gebed tegen het kwaad gebeden met de handoplegging en zalving met olie. Het water wordt gezegend en de afzwering tegen het kwaad en de geloofsbelijdenis worden uitgesproken. Dan wordt de dopeling gedoopt met water terwijl wordt gezegd: ‘Ik doop jou in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Na het doopsel volgt de zalving met chrisma op de kruin en een wit doopkleed wordt om de schouder van de dopeling gelegd. De doopkaars wordt ontstoken aan de paaskaars en overhandigd aan de dopeling of zijn ouders. Bij kleine dopelingen worden de oren en de mond aangeraakt: ‘dat je spoedig Gods woord kunt verstaan en je geloof kunt belijden. Na het bidden van het Onze Vader volgt de zegen.

 

De betekenis

Het doopsel is het eerste sacrament dat je kunt ontvangen. Het doopsel zuivert je van alle zonden die je met je meedraagt (erfzonde) of die je hebt gedaan. Ze worden als het ware van je afgewassen. De pasgedoopte is een nieuwe mens. Het doopsel wordt het ‘bad van de wedergeboorte’ genoemd: ‘het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen’ (2 Kor. 5, 17). De doop geeft je de kiem van eeuwig leven: je mag delen in het nieuwe leven van Jezus die verrezen is. Het doopsel maakt iemand tot lid van de Kerk. Een gedoopte is geroepen om met zijn/haar eigen talenten en gaven mee te helpen aan de opbouw van de Kerk en haar opdracht in de wereld. Het doopsel is het fundament voor de eenheid van alle christenen. Als een protestant zou willen toetreden tot de Katholieke Kerk dan wordt iemand daarom niet opnieuw gedoopt maar als reeds gedoopte door de zalving van het vormsel in de Kerk opgenomen. Het doopsel is eenmalig want de Heer blijft je trouw, het is onuitwisbaar.

Je bent bekleed met Jezus Christus en een nieuwe mens geworden. Moge dit witte kleed het teken zijn van wat je nu bent geworden; houd je verdere leven vrij van de besmetting van het kwaad tot in het eeuwig leven. Wij wensen je toe, dat je hierin wordt geholpen door het woord en voorbeeld van je ouders, familie en bekenden. (Overdracht van het doopkleed bij kinderen)

Licht bent u door uw gemeenschap met Christus. Leef dan ook zonder ophouden als kind van het licht, volhard in het geloof, opdat u bij de komst van de Heer Hem tegemoet kunt gaan met alle heiligen in de hemel. (Overreiking doopkaars aan (volwassen) gedoopte)

.

 

 


Volwassenen Catechese

Wanneer u meer wilt weten over het rooms katholieke geloof en zich wilt bekeren, kunt u zich wenden tot een van de pastores.

 

Copyright © 2017 Immanuel Parochie  -  Powered by CouchCMS