Dienen - Diaconie

Het woord “diaconie” stamt uit het Grieks en betekent “dienen”. In het Oude en het Nieuwe Testament zijn veel teksten te vinden die ons aansporen onze medemens te helpen en te dienen. Gesterkt door de liefde van God trachten we onze naaste lief te hebben als onszelf. In de sociale leer van de Rooms-Katholieke kerk worden zeven werken van barmhartigheid genoemd:

  1. De hongerigen spijzen
  2. De dorstigen laven
  3. De naakten kleden
  4. De vreemdelingen herbergen
  5. De zieken verzorgen
  6. De gevangenen bezoeken
  7. De doden begraven

Als mens en zeker als rooms-katholiek gelovige worden we opgeroepen deze werken van barmhartigheid in de praktijk te brengen. Dit is een oproep aan ieder individueel maar ook aan ons gezamenlijk. Van ons wordt verwacht dat we passend reageren op een medemens zeker wanneer die in nood verkeert.

Als parochie en geloofsgemeenschappen doen we ook gestructureerd aan diaconie, bijvoorbeeld via de VOM-groep, de PCI en de bezoekgroepen die in de geloofsgemeenschappen actief zijn.

De VOM-groep Immanuel voert elk jaar een aantal acties met name in de Advents- en Veertigdagentijd. In de Veertigdagentijd organiseert de VOM-groep Immanuel de Vastenwandeling en coördineert de VOM-groep Immanuel de Vastenactie binnen de Immanuelparochie. Met het ingezamelde geld worden zowel projecten gekozen door de VOM-groep Immanuel ondersteund als de landelijke Vastenactie.

De eigen projecten van de VOM-groep Immanuel zijn gekozen omdat (oud) parochianen van Immanuel nauw betrokken zijn bij de stichtingen waaronder de projecten vallen.

In de advent zamelen we in de Immanuelparochie levensmiddelen in voor de Voedselbank Zuidoost-Drenthe, afdeling Coevorden. De actie, georganiseerd door de VOM-groep Immanuel en de PCI van de Immanuelparochie, is jaarlijks een groot succes. Er worden heel veel houdbare levensmiddelen ingeleverd in onze kerken, deze worden opgehaald door de Voedselbank die ervoor zorgt dat alle levensmiddelen bij hun clienten terecht komen.

Contactpersoon VOM-groep Immanuel: mevrouw H.M. van der Veen – Bruins,  telefoon: 0524 – 51 62 94


Informatie Vastenactie projecten 2018

Vasten is altijd een bekend fenomeen geweest voor de katholieke kerk. Tijdens de Vastenactie is het motto: Even minderen voor een ander. Tegenwoordig is het ook buiten de religieuze kaders een herkenbare gedachte om ergens voor een bepaald aantal dagen mee te minderen. Jongeren, bijvoorbeeld, zijn steeds meer geïnteresseerd in het minderen met hun social media gebruik.

Ieder jaar weer is de Vastenactie een belangrijke activiteit binnen de katholieke kerk in Nederland. Ook dit jaar zal de VOM-groep Immanuel (Vrede Ontwikkeling en Missie) de Vastenactie verzorgen in de Immanuelparochie.

In 2018 heeft de landelijke Vastenactie een project in Zambia als doel gekozen.  De Vastenactie staat in het teken van het bijzondere ‘HID programma’ dat de zusters van het Heilig Hart van Jezus en Maria in Zambia in 1991 zijn gestart. Het project van de zusters richt zich op 300 HIV positieve mannen en vrouwen, die weduwe, weduwnaar of alleenstaande ouder zijn. Die mensen hebben een laag inkomen en hun huishouding telt vaak zo’n 6 tot 8 personen, met evenzoveel monden om te voeden.
De zusters werken er aan om de impact van HIV en aids te verminderen, dit doen ze door voorlichting, goede gezondheidszorg en door mensen te helpen in hun eigen levensonderhoud te voorzien.

De opbrengst van de Vastenactie binnen de Immanuelparochie wordt verdeeld over het project van de landelijke Vastenactie en de eigen projecten van de VOM-groep.

Stichting Omwana Uganda

Stichting Omwana Uganda, de eerste in de rij van gekozen doelen, is opgericht door Nienke Voppen wier roots liggen in Nieuw-Schoonebeek. Stichting Omwana Uganda werkt samen met een kleine lokale organisatie in Oeganda aan het voorkomen dat kinderen op straat terecht komen. Omwana Uganda betekent:   kind van Oeganda. Nienke Voppen heeft een jaar in Oeganda gewoond en heeft in die tijd contacten gelegd en overleg gevoerd over het opstarten van het project Skills4life, wat betekent vaardigheden voor het leven. De stichting ondersteunt families om hun kinderen naar school te laten gaan. Ook helpt de stichting alleenstaande moeders die vaak werkloos zijn. De vrouwen worden geholpen door middel van trainingen en hulp bij het opstarten van een eigen bedrijfje. Ze kunnen dan hun eigen bedrijfje beginnen, om zo een beter inkomen voor hun hele gezin te genereren. Uiteindelijk krijgen de kinderen hierdoor een beter leven, waardoor ook hun kinderen weer een beter leven krijgen.

de Stichting van  Zuster Helena Katebera in Tanzania

Het tweede doel is: de Stichting van  Zuster Helena Katebera in Tanzania. Zuster Helena is hoofd van drie ziekenhuizen en tweeëntwintig kleine klinieken in het zuidwesten van Tanzania, een gebied zo groot als de Benelux. Zuster Helena heeft vroedvrouwen en verpleegkundigen opgeleid om de moeder-kind sterfte tegen te gaan. Door verschillende giften heeft ze een kraamkliniek kunnen bouwen, de kraamkliniek heeft inmiddels ook  behandelingsmogelijkheden voor kleine kinderen. In 2015 heeft zr. Helena met het geld dat zij van onze actie heeft ontvangen de nodige medische instrumenten kunnen kopen. In 2016 hebben we bijgedragen aan een echo apparaat en inmiddels is ook een echo analist opgeleid. Door het maken van echo’s kunnen onnodige keizersneden worden voorkomen. Ook zr. Helena heeft binding met onze regio, eenmaal per twee jaar komt zr. Helena voor een korte vakantie naar Nederland en is zij op bezoek bij haar kennissen in Dalerveen.

Stichting BEBO Bakery 

Het derde doel is Stichting BEBO Bakery meestal afgekort als BEBO, een project waarin  oud-parochianen van Coevorden, t.w. Henk Beukeveld, Dick Kohrman, Jan Bouwhuis en Jan Mensink, een belangrijke rol spelen. BEBO heeft in Ghana al meerdere jaren meerdere projecten. Men ondersteunt al vele jaren beroepsopleidingen en verstrekt kredieten aan startende ondernemers in de landbouw en voedselindustrie. Ook in Ghana staat de tijd niet stil en doet de computer zijn intrede, op dat vlak worden scholen ondersteund.  Omdat er door de jaren heen veel leningen zijn uitgegeven heeft de stichting BEBO Ghanese managers gezocht die de startende ondernemers begeleiden. Deze managers zijn  al jaren bekend met BEBO want ze zijn zelf ook door BEBO geholpen om een bedrijfje op te starten en kunnen hun kennis en ervaring overbrengen.

In het kader van een van de milleniumdoelen: Honger de wereld uit, lopen in Ghana ook BEBO projecten.

Hoewel er veel soja wordt verbouwd hoort soja voor Ghanezen niet bij het normale voedingspatroon, soja wordt als veevoer afgezet en geëxporteerd. Dit terwijl soja een heel gezond, voedzaam en betaalbaar product is, dat heel goed ingezet kan worden, met name voor kinderen. Daarom wordt door de Ghanese managers geprobeerd om via cateraars het voedsel voor de schoolgaande kinderen op school aan te bieden.

Stichting Ananda Bhavan

Nummer 4 in de rij is: de Stichting Ananda Bhavan, van Clara en Piet van der Schoof, deze stichting werkt samen met de Medische Missiezusters aan twee projecten voor Adivasi in India. De zusters coördineren de gezondheidszorg in 63 dorpen in Jharkand, in het noordoosten van het land. Er zijn echter  maar weinig gezondheidscentra ingericht, waar de zusters kleine medische ingrepen kunnen verrichten. De zusters behandelen zelf vaak beten die door slangen, honden en schorpioenen zijn toegebracht. Zij verlenen hulp bij bevallingen en zorgen voor moeder en pasgeborene. Ook vangen zij slachtoffers van verkeersongevallen op en mensen die een suïcidepoging gedaan hebben. Voor meer specialistische behandelingen is het noodzakelijk om patiënten naar ver gelegen ziekenhuizen over te brengen. De overheid spant zich in om de gezondheidszorg op een hoger peil te brengen, maar sluit daarbij onvoldoende aan bij de behoeften zoals die onder de bevolking leven. De zusters helpen jongeren door ze financieel te ondersteunen zodat ze een opleiding tot verpleegkundige kunnen volgen. Ook maken ze het financieel mogelijk dat ambulances kunnen blijven rijden; de zusters zorgen voor het onderhoud van de ambulance, de patiënten en hun familie dragen bij in de kosten van brandstof. Door de gedeelde verantwoording wordt gewerkt aan de bewustwording van de bevolking dat ze worden gesteund maar dat ze zelf ook hun steentje moeten bijdragen.

Hongerdoeken
Aan het begin van de Vastentijd is door de VOM groep Immanuel in elke kerk een hongerdoek opgehangen. De hongerdoeken, gemaakt in verschillende werelddelen, vertellen elk hun eigen verhaal door symbolen en beelden uit het Zuiden. 

De geschiedenis van de hongerdoek
Al bijna veertig jaar worden voor de vastentijd zogenaamde honger-doeken gemaakt. De hongerdoek gaat terug op een oud, middel-eeuws gebruik. Het werd opgehangen om in de vastentijd het altaar waar de viering van de eucharistie plaatsvond aan het oog te onttrekken. Dat stond symbool voor de uitbanning van de mens uit het paradijs. Het had ook te maken met de opvatting van de middel-eeuwse christen dat hij als zondige mens onwaardig was om het altaar te naderen. Aanvankelijk waren het eenvoudige linnen doeken, later werden ze beschilderd met voorstellingen van het leven, lijden en sterven van Jezus. Zo zijn de doeken eeuwenlang een praktische vorm geweest van verkondiging en catechese. Omdat de doeken tijdens de vastentijd werden opgehangen kregen ze de naam ‘hongerdoeken’.

De levenskring - René Tchebetschou  - Kameroen

De Kameroenese kunstenaar liet zich inspireren door de sociale en culturele omstandigheden in zwart Afrika.Het doek volgt daarbij het Onze Vader, zoals dat in Afrika wordt ervaren, beleefd en gebeden.

Onze Vader die in de hemel zijt… Hemel en aarde vormen voor de Afrikanen een kosmische eenheid. God is overal. Op het doek zie je zijn gezicht in de oranje maskers en Jezus zie je midden tussen de mensen, herkenbaar aan zijn oranje kleding.

Uw rijk kome, uw wil geschiede… Christus is bij mensen als zij samenkomen om te eten, midden boven. Iedereen krijgt haar of zijn deel, ook het kind, ook de dieren.

Geef ons heden ons dagelijks brood… Mensen werken en zwoegen voor hun dagelijks brood. Ze zaaien, oogsten en bereiden het voedsel, Ze worden geboren en ze sterven.

Vergeef ons onze schulden en leid ons niet in beproeving… De volheid van het leven wordt bedreigd, zoals op het doek aan weerskanten te zien is. Door ziekte, corruptie, drankmisbruik en uitbuiting; en door de vervreemding die vanbuiten komt .

Maar verlos ons van het kwade… Het leven, speelt zich af binnen de kring van God en de voorouders. Zij beschermen mensen tegen het kwade als Jezus in het midden van de Afrikaanse levenskring staat.

Zeg niet Onze Vader
Zeg niet Vader, als je geen kind kunt zijn.
Zeg niet onze, als je slechts aan jezelf denkt.
Zeg niet hemel, als je slechts naar aardse zaken verlangt.
Zeg niet uw naam worde geheiligd,
als je voortdurend je eigen eer zoekt.
Zeg niet uw rijk kome,
als je alleen maar hoopt er zelf beter van te worden.
Zeg niet uw wil geschiede,
als je geen tegenslag kunt verdragen.
Bid niet voor het brood van vandaag,
als je niet voor de armen wilt opkomen.

Bid niet voor vergeving van schulden,
als je in wrok leeft met familie of buren.
Bid niet voor een leven zonder beproeving,
als je voortdurend met het kwaad omgaat.
Bid niet voor een leven zonder kwaad,
als je niet op zoek bent naar het goede.
Zeg niet amen en zo zij het,
als je dit gebed niet ter harte neemt.

Tsjaad

 

Bijbelse vrouwen - Lucy D’Souza - India

De Indiase artieste liet zich in dit doek inspireren door drie oudtestamentische en drie nieuwtestamentische vrouwenverhalen. Het zijn telkens verhalen van vrouwen die zich inzetten voor een betere samenleving, voor het Rijk Gods op deze wereld. Zij wijzen ons de weg naar gerechtigheid, naastenliefde en vrede; zij gaan de strijd aan tegen onderdrukking, onrecht en racisme; zij kiezen voor de armen en degenen die gevaar en risico lopen in deze wereld. Zij vinden daartoe de kracht in zichzelf en in meditatie. De mediterende, in zichzelf gekeerde vrouw in de graankorrel nodigt ons uit tot een reis naar binnen, tot inkeer in onszelf om de kracht op te doen voor de reis naar buiten, naar armen, onderdrukten en naamlozen. De bijbeltekst hierbij is Lc. 13,21 en Joh. 12,24

Met de klok mee vanaf linksboven. Allereerst Mirjam, de profetes en zuster van Mozes; water halen is voor vrouwen in India dagelijkse arbeid. De Egyptische vroedvrouwen Sifra en Pua die de pasgeboren joodse jongetjes redden ondanks een bevel van farao; in India zijn pasgeboren meisjes weinig in tel; velen sterven daarom jong. De vreemdelinge Ruth die met haar schoonmoeder aren raapt om te overleven; in de dagelijkse strijd om het bestaan ligt in India de zwaarste last op de schouders van vrouwen. Maria en Elisabet; de machtigen stoot Hij van hun troon en de eenvoudige verheft Hij. De boom van de machtigen is geveld en uit de tronk van Jesse ontspruit een nieuwe loot. De vrouw uit Kanaän, geen joodse, vraagt Jezus om haar dochtertje te genezen. Steeds meer vrouwen in India komen in het geweer tegen minderwaardige behandeling in wetgeving en samenleving. Maria Magdalena bij het graf; zij is de eerste getuige van zijn verrijzenis. Ondanks alle problemen blijven vrouwen in India getuigen van het leven.

JIJ BENT BIJZONDER
Jij vrouw, jij bent bijzonder.
Ieder van ons is apart, beeld van God.
Niemand is zoals jij.
Want jij, vrouw, jij bent de uitverkorene
in het oog van God.
Zo zijn wij allen kinderen van God,
Gods schepping.
Dalit-vrouw uit India

 

Naar een nieuwe wereld  Adolfo Pérez Esquivel

De Argentijnse kunstenaar vindt zijn inspiratie bij mensen als Ghandi en Martin Luther King: de geweldloze strijd voor een goede en rechtvaardige zaak. De aanleiding van deze hongerdoek is de herdenking in 1992 van de ‘ontdekking’ van Amerika in 1492, afgebeeld rechtsboven. Voor de oorspronkelijke bewoners heeft dat weinig geluk gebracht. Ze werden onderworpen, van mensen tot dingen gemaakt, tot slaven van de blanke overheersers. Hun eeuwenoude cultuur beeldde Esquivel midden boven af: de poort van de zon in Bolivia, Machu Picchu in Peru, de piramides van de Azteken en Maya’s in Midden Amerika. De gouden zon is voor de indianen het beeld van God, tegen van hoop en toekomst. Links op het hongerdoek schildert hij het minder mooie heden: krottenwijken, vervuilende industrieën, verstedelijking en onderdrukking door de politie van straatkinderen, werklozen en andere armen. Maar er is ook hoop. Vooraan op het doek zien we de opgestane Christus. Met hem trekken op landloze boeren die op zoek zijn naar het van hen afgenomen land, verdwenen kinderen, de vermoorde leider van de rubbertappers

in Brazilië Chico Mendes, en de Guatemalteekse katechist Vincente Menchu, de vader van Rigoberta, eveneens vermoord. Ook Bisschop Romero zien we, de ‘dwaze moeders’ uit Argentinië, maar ook de Indiaanse leider Tupac Amaru, onthoofd door de Spanjaarden, en de legendarische Braziliaanse slavenleider Zumbi. Samen met vele anderen die hun leven hebben gegeven is Jezus op weg naar een nieuwe wereld. Ze vragen ons met hen mee te gaan!

ZE HEBBEN JE GEDOOD
Ze hebben je gedood en ons niet gezegd,
waar ze je lichaam begroeven.
Maar sindsdien is heel ons land jouw graf;
en in ieder stukje grond
waarin je lichaam niet aanwezig is
ben jij opgestaan!
Ze dachten je te doden,
ze dachten je te begraven,
maar het was zaaien, wat ze deden.
Grafschrift voor een vrijheidsstrijder

 

De vreemdeling in ons midden - Azariah Mbatha,

Deze hongerdoek - een linosnede - is vervaardigd door Azariah Mbatha, een Zuid-Afrikaan. Hij heeft aan den lijve ervaren wat het is, om in angst te moeten leven, vreemdeling te zijn, je te moeten aanpassen. Aan de hand van Bijbelverhalen en gebeurtenissen uit Afrika en Europa beeldt hij de harde werkelijkheid van vreemdelingen en vluchtelingen uit. Maar hij verliest daarbij niet uit het oog, dat het ook anders kan, dat er ergens in de wereld ook een gastvrije plek is om te wonen. Zo wil hij ons uitdagen om stil te staan bij de oorzaken waarom mensen huis en haard moeten verlaten en moeten vluchten. En hoe wij hen - helaas - vaak ontvangen en met hen omgaan. In het centrum van de doek is het Bijbelverhaal van de Emmaüsgangers afgebeeld. Het staat er in drie lagen: onderaan zien we de leerlingen met ‘de vreemdeling’ op weg naar Emmaüs, middenin openbaart Jezus zich aan hen als ze aan tafel zitten en boven verdwijnt hij uit hun gezicht, terwijl zij terugkeren naar Jeruzalem. Bovenaan links treffen we Abraham en Lot aan die met hun families en vee Ur van de Chaldeeën verlieten om naar het beloofde land Kanaän te trekken. Bovenaan rechts zien we Mozes met de stenen tafelen op weg naar farao en daaronder leidt hij zijn volk weg uit Egypte. Onder deze twee Bijbelse taferelen heeft de kunstenaar het leven in Afrika afgebeeld. Velen zijn op de vlucht voor oorlog of op zoek naar een beter leven: van het platteland naar de stad, van het ene land naar het andere, van Afrika naar Europa. Ze staan aan onze poort, worden in kampen opgeborgen en ook als ongewenste vreemdeling het land uitgezet.

IK KLOP AAN JOUW DEUR
Ik klop aan jouw deur,
ik klop aan jouw hart,
voor een bed en een warme plek,
maar je laat me niet binnen.
Broer, open je deur!
Waarom vraag je me steeds,
of ik uit Afrika kom, uit Amerika,
uit Azië en niet uit Europa?
Zus, open je deur!
Broer, open je deur, zus, open je hart!
Ook ik ben een mens,
met een lichaam, met een ziel.
Een mens zoals jij!
René Philombe, Kameroen

Copyright © 2018 Immanuel Parochie  -  Powered by CouchCMS